Compost maken moeilijk? Nee hoor!

7 Praktische tips om succesvol compost te maken

Composteren lukt vooral beginnende tuinliefhebbers niet altijd even goed. Daarom wat praktische tips. Want als je weet wat je wel en niet moet doen, is het eigenlijk heel makkelijk!

Compostbakken

Veel tuinliefhebbers willen graag hun tuinafval omzetten in compost. Helaas verlopen de pogingen daartoe niet altijd succesvol. Vooral beginnende tuinliefhebbers hebben er vaak moeite mee.

Composteren is in feite niet zo moeilijk, maar je moet wel een aantal dingen in de gaten houden. Zomaar je tuinafval op een hoop gooien is niet de beste manier en zal op een teleurstelling uitlopen. Daarom in dit artikel 7 praktische tips. Want als je weet wat je wel en niet moet doen, is het eigenlijk heel makkelijk!

1. Zorg voor afwisseling en structuur

Gooi je tuinafval niet zonder bewerking en in dikke gelijksoortige lagen op de hoop of in het vat. Maak stevig materiaal als stengels en takjes altijd eerst zo klein mogelijk met snoeisnaar of versnipperaar/hakselaar. Meng vochthoudend materiaal als gras, conifeersnoeisel en onkruidbladeren altijd goed met structuurrijk materiaal. Vochthoudende plantenresten kun je vaak het beste kleiner maken met een heggesnaar, dat gaat sneller dan met een snoeischaar.

Het mengen van verschillende soorten materiaal is ook gunstig voor een goede koolstof-stikstofverhouding van de compost. Bijvoorbeeld jong gras en klaver bevatten relatief veel stikstof, terwijl houtachtig materiaal veel koolstof bevat. Hoe meer verschillende materialen, hoe beter!

2. Weet wat je kunt gebruiken

Wat kun je op de composthoop gooien?

  • Tuinafval van organische oorspong, waarvan je zeker weet dat het niet zal doorgroeien in de composthoop. Dus gras, bladeren, snoeiafval, het groen van onkruid, plantstengels en fijn versnipperd houtig materiaal. Ook fijngemaakt haagsnoeisel is uitermate geschikt, omdat het vaak zowel houtig als niet-houtig is.
  • Stro, hooi en zaagsel uit konijnenhokken en dergelijke.
  • Mest van planteneters (dus geen poep van vleeseters zoals katten en honden) kun je ook gebruiken, maar gebruik bij voorkeur mest van minimaal 1 jaar oud.
  • Onbereide voedselresten van biologische teelt zijn heel bruikbaar, dus aardappel-, groente- en fruitresten.
  • Rijpe compost uit een bestaande composthoop. Om een nieuwe composthoop op gang te helpen is het goed om een schep rijpe compost door het nieuwe materiaal te mengen om de opbouw van flora en fauna in de hoop een goede start te geven. Zogenaamde compostverbeteraar uit de winkel heeft hetzelfde doel, maar is best prijzig en werkt niet beter dan goede compost zelf.
  • Koffie- en theeprut, inclusief de zakjes en filters.
  • Lavameel of lavagrit. Eventueel af en toe een klein beetje lava op het materiaal strooien is prima om de nutriëntenbalans te stimuleren.

3. Weet wat je niet kunt gebruiken

Sinaasappelschillen bevatten vaak gifresten en verteren langzaam.

In principe kun je alle organische materiaal composteren en dat gebeurt bijvoorbeeld ook met GFT-afval dat de gemeente inzamelt. Maar als tuinliefhebber is het beter wat kritischer te zijn met wat je wel en niet toevoegt.

  • Wortelonkruid zoals kweekgras, heermoes (ook wel paardenstaart of kattenstaart genoemd) en zevenblad. Ieder stukje wortel dat het composteerproces overleeft zal doorgroeien zodra het op of in de grond komt. Wortelonkruiden zijn taaie rakkers, dus gooi ze in de GFT-bak (de hoge temperaturen van industriële composteerprocessen overleven ze niet), of ergens waar ze geen kwaad kunnen.
  • Dikke penwortels. Paardebloemen en distels bijvoorbeeld hebben dikke, lange penwortels die veel vocht en voedingsstoffen vasthouden. Ze kunnen composteren overleven en vrolijk verder groeien aan de rand van de composthoop of later in je tuin. Fijn snipperen of weggooien dus.
  • Plantafval van zieke planten. Sommige plantziekten zijn erg besmettelijk en kunnen composteerprocessen die op onvoldoende temperatuur verlopen overleven. Deze ziektekiemen zou je vervolgens via de compost weer in je tuin brengen. Het beste kun je dit verbranden, of in de GFT-bak gooien.
  • Zaadbevattende plantendelen. Zaad zal lang niet altijd doodgaan in de hobbyhoop, doordat daar geen temperaturen van 60 tot 70 graden Celcius bereikt worden. Deze temperatuur is namelijk nodig om zaad te doden. Gooi je onkruid of andere planten met zaad in je compost, dan help je mee aan de verspreiding ervan als je de compost gaat gebruiken. Zaad kan vele jaren overleven en alsnog ontkiemen als de omstandigheden goed zijn. Zaadknoppen en zaaddozen kun je het beste weggooien in de GFT-bak, of ergens waar eventueel ontkiemende zaden geen probleem vormen.
  • As, kalk, kunstmest en andere stoffen. Houd de compost zo puur mogelijk. Toevoegingen doen soms meer kwaad dan goed, of zijn op zijn best overbodig. Zeker as heeft een verstorend effect op onder andere de zuurgraad. Ook houtskool hoort niet in je compost thuis.
  • Aarde en zand. Dus ook geen wortelkluiten met veel grond eraan. Hoewel je misschien denkt dat het toevoegen van grond of zand geen kwaad kan, verstoor je het composteerproces wel degelijk omdat er veel anorganische componenten inzitten die dus niet verteren of worden omgezet in voedingsstoffen. Zand is zelfs helemaal anorganisch. Wil je zand gebruiken om bijvoorbeeld je grondstructuur te verbeteren, verwerk het dan direct op of in de bodem en niet in je compost.
  • Voedselresten en bereid keukenafval. Gooi geen resten van bereid voedsel bij je compost. Dus geen brood, vleeswaren, kaas, gekookte aardappels en rijst, mossel- en oesterschelpen, botjes, vlees- en visresten, eierschalen en dergelijke. In principe kunnen deze materialen wel composteren, maar dat duurt langer, ze zorgen voor schimmel, stank en rottingsprocessen en kunnen een gevaar voor de gezondheid vormen. En de muizen en ratten die er op afkomen zijn ook geen welkome gasten.
  • Dik en grof materiaal. Takken en houtige stengels composteren heel langzaam. Ze zijn essentieel voor goede en snelle compostering, maar ze moeten wel eerst fijngemaakt worden. Doe je dat niet dan blijven ze nog heel lang dik en houtig, en voegen ze niets toe aan de compost. Bovendien zorgen ze voor te grote luchtholtes in de composthoop, die nadelig zijn voor de compostvorming.
  • Schillen van tropische gewassen als citrusvruchten en bananen. Deze composteren vaak heel moeizaam in de hobby-composthoop. De industriële GFT-verwerker heeft er geen moeite mee, maar die werkt op hogere temperaturen, in nauwkeurig aangestuurde processen.
  • Schillen en andere resten van niet-biologisch groente en fruit uit de winkel. Deze bevatten vrijwel altijd resten van allerlei gifstoffen. Die willen we als pure tuiniers écht niet in onze eigen compost!
  • Bloemen en planten uit de winkel. Deze zijn vaak zwaar behandeld met allerlei bestrijdingsmiddelen, die je niet via de compost in je pure tuin wilt hebben. Gooi de resten bij het grijze restafval. Biologisch gekweekte bloemen en planten zijn natuurlijk wel geschikt.
  • Kattenbakkorrels. Hoewel op sommige verpakkingen staat dat het in de GFT-bak mag, kun je het beter niet op je hobbyhoop gooien. Het wordt maar moeizaam afgebroken en soms jokken fabrikanten over de samenstelling en afbreekbaarheid van het spul. Bovendien zijn de korrels vervuild met kattenpoep en urine, en dat hoort echt niet in je compost thuis.
  • Plastic dat volgens de opdruk composteerbaar, biologisch, plantaardig, duurzaam, recyclebaar etc. is. Composteerbaar plastic (hard knisperend en vreemd weerbarstig materiaal, met een duidelijk herkenbaar compost-logo) is hooguit te verwerken door de compostindustrie. Onze hobbyhopen weten er geen raad mee. Zelfs versnipperd kan het tientallen jaren duren voordat deze kunststoffen in de vrije natuur uiteindelijk uiteenvallen in onschadelijke organische stoffen. Dit plastic hoort thuis in de GFT-bak, of bij het restafval. Al het andere plastic kun je het beste in de plastic-container of bij het restafval doen.
  • Plantaardig piepschuim verpakkingsmateriaal. Je ziet gelukkig steeds vaker van die groene “wokkels” als verpakkingsmateriaal, in plaats van de ouderwetse witte. Deze groene variant is van plantaardige oorsprong, zoals maiszetmeel. In principe zou je deze kunnen composteren, want de brosse brokjes zijn onder invloed van vocht in een mum van tijd weg. Maar persoonlijk gooi ik ze liever bij het GFT dan op mijn composthoop. Je weet maar nooit. Of ik bewaar ze voor als ik zelf een keer iets goed verpakt moet versturen.
  • Papier. Hoewel schoon papier in principe geen kwaad kan, is het lastig goed te composteren. Je moet het fijn maken en goed mengen met het andere materiaal. En papier met drukinkt (zoals vrijwel alle papierafval) hoort sowieso niet in je compost. Gewoon in de papiercontainer dus!

4. Zorg voor voldoende zuurstof

Veel composteerproblemen hebben te maken met een tekort aan zuurstof. Zuurstof maakt het verschil tussen rotten en composteren. Als je organisch materiaal op een hoop of in een container gooit en je doet er verder niks mee, dan is de kans groot dat het gaat rotten in plaats van composteren. Dit is niet hetzelfde! Het verschil is duidelijk te merken. Bij rotten gaat de boel stinken, schimmelen en het materiaal verdwijnt langzamerhand. Het rot letterlijk weg en laat weinig bruikbaars over.

Bij composteren zal de hoop niet of nauwelijks stinken (hoewel een lading koolbladeren daar tijdelijk verandering in brengt…) en zal een heel andere structuur opleveren dan rottend materiaal. Goede compost ziet eruit als rulle, vochtige bosgrond en ruikt neutraal of hooguit aangenaam gronderig. Als compost stinkt of er onaangenaam uitziet, dan is het proces nog niet klaar en/of er gaat iets mis.

Het verschil zit hem in zuurstof. Rotten is een anaeroob proces, een afbraakproces dat zonder de invloed van zuurstof verloopt. Composteren is een aeroob proces, een afbraakproces dat verloopt onder invloed van zuurstof. Het is dus belangrijk om het compostmateriaal te voorzien van zuurstof. De basis wordt gevormd door een bak of vat waar enige lucht doorheen kan. Bijvoorbeeld een omkisting van planken met luchtsleuven, of een compostvat met luchtgaten.

Maar belangrijker nog is regelmatig beluchten van het materiaal. Dat doe je door de compost in wording een paar keer grondig om te zetten met de riek. Bij verse compost kun je dat gerust iedere week een keer doen en daarna kun je de tussenperiodes geleidelijk verlengen tot een week of 4 a 5.

Door het door elkaar te husselen meng je niet alleen de verschillende materialen door elkaar, maar breng je ook zuurstof in de materie en laat je afvalgassen ontsnappen. Gooi het echt van alle kanten en van boven tot onder goed door elkaar. Zorg dat je vooral het deels verteerde bodemmateriaal naar boven brengt en vermengt met later opgebracht vers materiaal. Maar geef de compost daarna ook weer minimaal 1 week rust. Als je vaker mengt kan het materiaal uitdrogen en verstoor je de compostbiotoop te vaak.

5. Bewaak de vochtbalans

Geen ideale situatie: het materiaal is te grof en droogt snel uit door de open boven- en zijkanten.

Je ziet nog vaak mensen die een bak van gaas maken en daar hoopvol hun compostmateriaal ingooien. Vooral bij de wat kleinere bakken is dat geen ideale situatie. Het materiaal droogt door de open wanden en bovenkant te snel en te veel uit. Droog materiaal composteert niet.

Voor optimale processen in de compost is een goede vochtbalans nodig. Gooi gewoon af en toe een emmer water over de compost als deze te droog wordt, of zorg dat de regen er goed bijkan. Er moet wel genoeg lucht bij de compost kunnen, maar er mag niet teveel vocht verdampen. Dus liever planken met luchtsleuven of gaten gebruiken, dan gaas. Zijkanten van pallets zijn bijvoorbeeld goed te gebruiken. De bovenkant van de hoop kun je best afdekken met een lap stof, een stuk plastic of speciaal compostdoek. Gebruik je een compostvat, laat dan het deksel er meestal op. Af en toe een dag of nacht openstellen aan de omgeving is goed, maar het composteren gaat het best als het materiaal de meeste tijd donker en vochtig is.

Vochtig is goed, maar pas wel op dat de compost niet te nat is, want dan gaat het rotten en stinken en verloopt de omzetting niet goed. Bovendien spoelen dan veel nutriënten weg. Het is zoals met veel dingen in de tuin een kwestie van oefenen, uitproberen en er gevoel voor krijgen. Het duurde bij mij ook een paar seizoenen voor ik het een beetje in de vingers kreeg…

6. Breng de compost in contact met de grond

Zonder onze nijvere tuinvriendjes geen compost!

Zorg dat de onderkant van de compost goed contact kan maken met de aarde. Composteren wordt voor een groot deel gedaan door talloze wormen, beestjes en andere organismen die mede vanuit de bodem in de compost terechtkomen en daar hun nuttige werk doen.

Ook voor de afvoer van overtollig water is bodemcontact belangrijk. In een afgesloten ton zal water niet wegkunnen en zal er een anaeroob rottingsproces plaatsvinden, in plaats van een aeroob composteerproces.

Compostvaten hebben vaak een bodem, al dan niet voorzien van gaten. Maar eigenlijk kun je deze beter weglaten als de ton op de aarde staat.

7. Zorg dat de compost kan broeien

Hoe groter de composthoop, hoe beter het composteren zal verlopen. Als tenminste ook aan de andere voorwaarden wordt voldaan. Dit komt doordat temperaturen in een grote hoop hoger oplopen en dat is essentieel voor het proces. Ideaal is een tijdelijke temperatuur tussen 60 en 70 graden, omdat dan ook zaden, schimmels en ziektekiemen worden gedood. Kleine hoeveelheden compost halen deze temperatuur meestal niet, zeker niet als de bakken zijn gemaakt van luchtig materiaal als kippengaas of betongaas oid, waardoor licht en droge lucht het composteren tegenwerkt.

Door het materiaal voldoende vochtig te houden zal het gaan broeien; ideaal voor het composteren. De vochtige warmte versnelt het proces en je zult de hoeveelheid aangevoerd materiaal dan heel snel zien slinken en veranderen in compost.

Grotere hoeveelheden vochthoudend materiaal zoals versgemaaid gras die je ineens toevoegt, zorgen voor snelle omzetting en dat laat de temperatuur snel stijgen. Zeker als de buitentemperatuur meehelpt. Je kunt dan de damp er vanaf zien komen. Dat is ideaal, want dan krijg je mooie schone compost. De temperatuur zal vervolgens weer dalen en dat moet ook. Een langdurige hoge temperatuur doodt ook de nuttige organismen in de compost, en dat willen we natuurlijk niet.

2 REACTIES

  1. heren, ik heb een vraag , is dat zo dat druiven bladeren en tomaten bladeren niet in de compostbak mogen , als dat zo is weet u nog meer planten die er niet in mogen? bij voorbaat dank.

    • In principe mogen alle bladeren van teeltgewassen en inheemse planten op de composthoop. Alleen zieke plantendelen, zoals aangetaste tomatenplanten, kolen met knolvoet of aardappelloof met de aardappelziekte kunt u beter niet gebruiken, tenzij u zeker weet dat de resten lange tijd een minimale temperatuur halen van 50 graden Celcius. In moestuincomposthopen wordt dat zelden gehaald en als het wel gehaald wordt dan geldt dat doorgaans alleen voor de kern. De hoop moet dan dus ook voldoende groot zijn. Persoonlijk waag ik het er niet op en gaan zieke planten (voorzichtig ivm sporen) in een zak mee naar huis en in de grijze container. Ook zaadragende en worteldelen kunt u beter niet composteren. Zaden en wortelstokken gaan ook alleen dood bij hoge temperaturen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER