Aan het werk in je tuin? Help vlinders en bijen!

Dagpauwoog, kleine vos, distelvlinder en atalanta behoren tot de minst kieskeurige vlindersoorten

Genietend van het zonnetje op een herfstaster
Genietend van het zonnetje op een herfstaster.

Binnenkort gaan we weer aan de slag in de tuin. Als we zorgen voor voedselaanbod voor vlinders en bijen het hele jaar door kunnen we volop genieten van de kleur en het gezoem en bovendien helpen we daarmee deze dieren, die het zo moeilijke hebben. Zelfs in de binnenstad van Amsterdam kun je vlinders lokken.

Het vlinderseizoen is tegenwoordig vrijwel jaarrond. In februari komen op een zonnige, warme dag de overwinteraars al tevoorschijn. Tot in november, en afgelopen jaar zelfs december, zijn vlinders actief. Wil je ze in je tuin krijgen dan moet je zorgen dat er altijd wat voor ze te halen is. Ze kunnen met hun roltong alleen maar vloeibaar voedsel eten en hebben bloeiende planten nodig. Gelukkig zijn vlinders minder kritisch dan rupsen. Ze kunnen nectar uit veel verschillende bloemen gebruiken. Ze leven echter maar kort en gaan zeer effectief met hun tijd om en hebben dus het liefst planten waar veel goede nectar makkelijk beschikbaar is.

Atalanta zegt even gedag.
Atalanta zegt even gedag.

In februari en maart zijn bijvoorbeeld winterheide (Erica carnea), sneeuwbal (Viburnum tinus) of schijnhazelaar (Corylopsis pauciflora) erg aantrekkelijk. Later in het jaar is er veel meer keus en in de zomer zijn er honderden goede vlinderplanten, waaronder natuurlijk vlinderstruik (Buddleja).

In het najaar wordt de spoeling weer dunner, maar dan zijn er bijvoorbeeld hemelsleutel (Sedum sempervivum) en nog wat later herfstaster (Aster spec.) en zevenzonenboom (Heptacodium miconioides) die veel vlinders trekken. Klimop (Hedera helix arborescens) bloeit zelfs in december nog en is zeer aantrekkelijk, niet alleen voor de late vlinders, maar ook voor bijen, zweefvliegen en andere insecten.

Vlinderstruik
Dé vlindertrekker bij uitstek: de vlinderstruik

Hoe fantastisch je tuin ook is voor vlinders, de zeldzame en bedreigde soorten zul je er niet mee helpen. Deze hebben vaak heel specifieke eisen aan hun omgeving en kunnen alleen op die heel speciale plekken, vaak in natuurgebieden, overleven. Maar er zijn zo’n 25 soorten die redelijk mobiel zijn en die een mooie vlindertuin weten te vinden.

Midden in de stad, met weinig groen kun je in ieder geval de kroeglopers verwachten, vlinders die overal waar wat te halen is langs komen. Dagpauwoog, kleine vos, distelvlinder en atalanta zijn daar voorbeelden van. Zelfs in een stedelijke omgeving kun je dus wat voor vlinders betekenen. Een boomblauwtje voelt zich ook in tuinen thuis en als er wat bloemrijke bermen of parken in de buurt zijn kun je ook graslandvlinders als bruin zandoogje en kleine vuurvlinder in je tuin tegenkomen.

Meer informatie over vlinderplanten vind je op de site van de Vlinderstichting. Geef de vlinders die je ziet in je tuin door via de Jaarrond Tuintelling.

BRONNature Today
Vorig artikelVerdwijnen van bestuivers wereldwijd in kaart gebracht
Volgend artikelLicht herstel vlinderstand Nederland
Jurgen Nijhuis, woont en werkt in Heiloo (NH) als websitebouwer en schrijver. Hij is de hoofdredacteur van PuurTuinieren en tuiniert zelf in sier- en moestuin.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in